List

Gek genoeg wordt de vraag “Waar komt eigenlijk geld vandaan?” amper besproken in het onderwijs. En dat terwijl geld een cruciale rol speelt in vrijwel alle aspecten van ons leven. De meeste van ons denken dat geld wordt gecreëerd door de overheid, maar dat is niet zo. Overheden zijn enkel verantwoordelijk voor het produceren voor de tastbare vorm van geld, zoals munten en briefjes.

Eigenlijk wordt het meeste geld in enorme hoeveelheden gecreëerd door commerciële banken, zoals ING, Rabobank en ABN Amro. Veel Nederlanders denken dat deze banken geld uitlenen dat ze hebben ontvangen van de spaarders. Makkelijk voor te stellen, maar ook dat is niet zo. De waarheid is dat commerciële banken geld “uit het niets” creëren en dit vervolgens uitlenen. Niet uit de winst van de bank, niet uit de stortingen van de spaarders, maar direct uit de belofte dat de lener ooit zijn lening zal terug betalen.

De handtekening van de lener op het leencontract is een verplichting om de bank te betalen. Dit bestaat uit de hoeveelheid van de lening, plus rente. Betaalt de lener zijn geld niet terug? Dan verliest de lener zijn huis, auto, of elk ander bezit dat de lener heeft opgegeven als onderpand. Dat is een behoorlijke verplichting die je als lener aangaat.

Wat vereist diezelfde handtekening van de bank? De bank “creëert” de hoeveelheid geld van de lening en schrijft deze hoeveelheid op bij de rekening van de lener. Maar het is toch ongeloofwaardig dat banken zomaar “uit het niets” geld kunnen creëren? Toch is dit modern bankieren het werkt. In deze blogpost staat uitgelegd hoe dit is ontstaan, hoe het hedendaagse geld systeem werkt en welke dilemma’s dit veroorzaakt.

Hoe de bancaire sector is ontstaan

Het verhaal van de goudsmid
Op verschillende momenten in onze geschiedenis werd van alles als geld gebruikt. Het belangrijkste was dat het draagbaar was en dat mensen vertrouwen hadden dat het op een later moment opnieuw ingeruild kon worden voor waardevolle spullen, zoals voedsel, kleding en onderdak. 

Schelpen, cacaobonen, mooie stenen en zelfs veren zijn allemaal als geld gebruikt. Goud en zilver waren aantrekkelijk, zacht en makkelijk bewerkbaar, dus sommige culturen kregen de voorkeur voor deze metalen. De goudsmid maakte handel eenvoudiger door munten te slaan, waarvan het gewicht en puurheid vaststond. 

Om zijn goud te beschermen, had de goudsmid een kluis nodig. En al snel kwamen zijn dorpsgenoten aan zijn deur, met interesse om ruimte te huren om ook hun goud veilig te bewaren. Al snel verhuurde de goudsmid elke plek in zijn huis, en verdiende hij een klein inkomen met zijn kluisverhuur.

De jaren verstreken en de goudsmid maakte een ontdekking: “huurders” kwamen bijna nooit langs om hun fysieke goud op te halen, en ze kwamen nooit allemaal tegelijk. Dit kwam omdat de papieren cheques die de goudsmid had geschreven als eigendom van het goud, op de markt werden geruild alsof het goud zelf was. Deze papieren cheques waren makkelijker te ruilen dan zware munten, en de hoeveelheden konden makkelijk worden uitgeschreven, in plaats van elk muntstuk te tellen voor elke transactie.

Toen kreeg de goudsmid een nieuw idee. Omdat hij goud over had door zijn kluisverhuur, kon hij net zo goed een gedeelte van zijn goud uitlenen tegen rente. Opeens had hij een tweede bron van inkomen.

Toen de gemakkelijkere papieren cheques meer en meer geaccepteerd werden, begonnen leners te vragen om een lening in papieren cheques in plaats van goud. Terwijl industrieën meer en meer uitbreidden, vroegen meer en meer mensen de goudsmid om leningen. Dit gaf de goudsmid nog een beter idee. 

Hij wist dat maar heel weinig van zijn “huurders” ooit het goud kwamen ophalen uit de kluis. Dus de goudsmid bedacht zich dat hij de papieren cheques kon uitlenen voor het goud van zijn “huurders”, in aanvulling op het verhuren van zijn eigen goud. 

Zolang de leningen weer werden terugbetaald, wisten de “huurders” van de kluizen niet beter, en verloren ze ook niets. En de goudsmid, nu meer bankier dan een ambachtsman, maakte een veel grotere winst, dan dat hij ooit kon maken door alleen zijn eigen goud te lenen. 

Jarenlang genoot de goudsmid in het geheim inkomen uit de rente van het goud van zijn huurders. Inmiddels een bekende bron van krediet, werd de goudsmid veel rijker dan zijn dorpsgenoten. Men verdacht hem ervan dat hij het geld van zijn storters uitgaf. Zijn storterts kwamen samen, en dreigden om hun goud uit de klus te halen, tenzij de goudsmid zijn nieuwe rijkdom verklaarde. 

Tegen de verwachting in, pakte dit niet slecht uit voor de goudsmid. Ondanks dat hij een dubbelspel speelde met de waarde in de kluis, werkte zijn idee wel. Hij had alleen maar papieren cheques uitgedeeld op basis van het goud dat in de kluis zat. De storters hadden geen goud verloren. Hun goud was veilig in de kluis van de goudsmid. 

In plaats van hun goud weer uit de kluis te halen, eisten de storters van de goudsmid, inmiddels hun bankier, om hen een deel van de rente uit te betalen. En dit was het begin van bankieren zoals de meeste het kennen.

De bankier betaalde een laag rentepercentage op het goud van de storters, en leende dit uit tegen een hoger percentage. Het verschil betaalde voor de dagelijkse kosten en de winst. De logica van het systeem was eenvoudig. En het leek een goede oplossing voor de behoefte aan krediet.

Echter is dit niet hoe bankieren vandaag de dag werkt.

De bankier was niet tevreden met het inkomen dat overbleef nadat hij het met de storters gedeeld had. De behoefte aan krediet steeg snel, maar zijn leningen waren beperkt tot de hoeveelheid goud die zijn storters naar de kluis brachten. 

Daarop kreeg de bankier een veel gedurfder idee. Aangezien niemand, behalve hijzelf, wist wat er in de kluis zat, kon hij cheques uitschrijven voor goud dat er niet eens lag!

Als de eigendomshouders van de cheques maar niet allemaal om echt goud vroegen, hoe zou iemand er dan ooit achter komen? Dit nieuwe plan werkte fantastisch en de bankier werd uitzonderlijk rijk van de rentebetalingen op goud dat niet bestond.

Het idee dat de bankier zomaar geld “uit het niets” zou creëren, was te ongeloofwaardig om serieus te nemen. Dus voor een lange tijd, was er niemand bij wie dit idee opkwam. Maar de mogelijkheid om zo maar geld te verzinnen, steeg de bankier uiteindelijk naar het hoofd.

En over tijd, riepen de enorme leningen en zijn enorme welvaart opnieuw argwaan op bij mensen. Sommige leners begonnen echt goud te vragen, in plaats van eigendomsbewijzen. Geruchten gingen de ronde. Opeens stonden er rijke storters op de stoep en wilden hun goud hebben. Het spel was over.

Een zee aan mensen met eigendomsbewijzen verzamelden zich voor de gesloten deuren van de bank. Helaas, de bankier had niet genoeg goud en zilver om alle mensen met een bewijs te kunnen voorzien.

Dit noemt men een run op de bank, en het is iets wat elke bankier vreest. Dit fenomeen betekende het einde van individuele banken, en, niet overwacht, beschadigde het vertrouwen van het publiek in alle bankiers.

Het had voor de hand gelegen om het idee van geld te creëren “uit het niets” te verbieden. Maar de grote hoeveelheid krediet dat de bankiers aanboden, bleek essentieel voor economische welvaart.

Dus, in plaats van een verbod, werd het gelegaliseerd en gereguleerd. Bankiers legden zich toe op limieten van de hoeveelheid “fictief geld” dat ze mochten uitlenen. Het limiet zou nog steeds een veel hoger getal zijn dan de hoeveelheid goud dat daadwerkelijk in de kluis zat.

Een veelgebruikt ratio was 9 fictieve dollars ten opzichte van 1 daadwerkelijke dollar in goud. Deze limieten werden nageleefd door onaangekondigde inspecties. Men besloot ook dat, als er een ‘run op de bank’ zou plaatsen, dat centrale banken de lokale banken zouden steunen met nood-injecties van goud. Alleen als er veel ‘runs op de banken’ tegelijkertijd plaatsvonden, zou de krediet-zeepbel van de banken uit elkaar spatten, en het hele systeem in elkaar storten.

Hoe het hedendaagse geld systeem werkt

Over de jaren heen is het stelsel van fractional reserve banking, gesteund door een aantal commerciële banken en een centrale bank, het dominante systeem van het geld in de wereld geworden. Tegelijkertijd is de hoeveelheid goud die dit dekt langzaam maar zeker tot niets terug gekrompen.

De fundamentele aard van geld is veranderd. In het verleden was een papieren dollar een ‘claim cheque’ dat geruild kon worden voor een hoeveelheid goud of zilver. In het heden kan een papieren of digitale euro alleen geruild worden tegen een andere papieren of digitale euro. 

In het verleden was de totale hoeveel geld gelijk aan de echte, fysieke hoeveelheden van het onderliggende goed wat in gebruik was als geld. Om bijvoorbeeld van goud of zilver geld te maken, moest er goud of zilver gevonden en opgegraven worden.

Vandaag de dag is het meeste geld digitaal. Dit ‘digitale’ geld ontstaat wanneer iemand bij de bank een schuld aangaat. Zodra de lener een schuldovereenkomst tekent, creëert de bank, met enkele toetsen op de computer, het geld op de rekening van haar klant. Er is nu een overeenkomstige schuld van de bank aan de lener gecreëerd. Men noemt dit geldschepping.

Het verlenen van krediet creëert dus geld.  Hoe meer schuld er is, des te meer geld er wordt gecreëerd. Maar als dat zo is, kan een commerciële bank dan oneindig geld creëren?

Nee, dit komt omdat de bank zich verplicht moet houden aan bepaalde ratio’s: de liquiditeitsratio en solvabiliteitsratio. Door het creëren van nieuw geld, dalen deze ratio’s. De daling van deze ratio’s vormt een rem op het creëren van geld omdat zij aan een minimum zijn gebonden. 

Er is nog een belangrijke rem op de groei van geld, te weten de vraag naar geld. Als mensen geen lening willen afsluiten of aflossen, dan kan de bank hier geen directe invloed op uitoefenen. De bank kan wel rentetarieven veranderen wat indirect ervoor zorgt dat mensen meer of minder lenen. Om deze reden veren banken met enige vertraging mee met de economische activiteit. 

Voor de centrale banken gelden deze regels echter niet. Zij hebben geen externe rem op het creëren van geld. Zij kunnen letterlijk onbeperkt geld creëren. Dit geld wordt basisgeld genoemd.

Is er een overheidstekort, dan kan de centrale bank nieuw basisgeld creëren en dit uitlenen aan de overheid tegen rente. Het uitgeleende basisgeld wordt vervolgens in omloop gebracht door de bestedingen van de overheid.

Nieuw basisgeld betekent ook dat de reserves van de commerciële banken stijgen en dat heeft invloed op de liquiditeitsratio en solvabiliteitsratio. Dit leidt er toe dat banken meer krediet mogen verstrekken en er meer geld wordt gecreëerd dan alleen het basisgeld dat de centrale bank aan de overheid heeft uitgeleend. Dus wanneer er geld wordt gecreëerd door een centrale bank, mogen de commerciële banken er een schepje bovenop doen.

Dit is een belangrijke reden waarom veel mensen tot op de dag van vandaag het bancaire systeem niet vertrouwen. Bovendien wordt het concept door sommigen als oneerlijk beschouwd. Waarom mogen banken zomaar geld creëren en hier vervolgens winst op maken? In tijden van financiële crisis roept het economische stelsel veel vragen op. 

Al die onrust tijdens financiële crisissen leidt er ook toe dat mensen al hun (spaar-)geld in papiergeld op willen slaan. Dit zorgt ervoor dat banken een grotere buffer aan papiergeld willen aanhouden om een run op de bank te voorkomen. In dat geval dreigt de geldhoeveelheid in omloop snel te krimpen. De centrale bank moet dan reserves van de banken snel vergroten door papiergeld te drukken. In zo’n geval is het dus handig dat de centrale bank onbeperkt geld mag creëren zonder enige regels. Maar dit is een lastige situatie, omdat het creëren van teveel geld door de centrale bank weer leidt tot inflatie (het minder waard worden van geld).

Al deze redenen zorgen ervoor dat sommige mensen terug willen naar het baseren van de geldhoeveelheid op goud of zilver. Een bepaalde binding met een edelmetaal zorgt er immers voor dat er een automatische rem is op de totale hoeveelheid geld.

Hier staat tegenover dat de totale hoeveelheid gecreëerd geld niet kan worden afgestemd op de economische groei. Hierdoor ontstaat er bij een tekort aan goud of zilver deflatie (het meer waard worden van geld), of kan er bij een nieuwe vondst van nieuw goud of zilver, ineens een grote hoeveelheid extra geld in het economische systeem ontstaan, met mogelijke inflatie tot het gevolg (het minder waard worden van geld).

Om deze reden past bankieren met een gouden standaard in mijn ogen niet meer in deze tijd. Maar dat betekent niet dat ons huidige economische stelsel ideaal is. Sterker nog, er zijn diverse dilemma’s te benoemen die veroorzaakt worden door het creëren van geld uit schuld. Hieronder staan er twee.

Enkele dilemma’s die er ontstaan door modern bankieren

Dilemma 1: De continue groeidrang gaat ten koste van mens en planeet
Eigenlijk creëren banken alleen de uitgeleende bedragen, oftewel de ‘hoofdsom’. Wat ze niet creëren, is het geld om de rentebetalingen te maken. Maar bijna al het geld in de geldhoeveelheid is precies op dezelfde manier tot stand gekomen: als bankkrediet, dat terug betaald moet worden met meer dan waarmee het gecreëerd is.

Dus overal zijn leners in dezelfde situatie, op zoek om geld te verkrijgen om zowel hoofdsom als rente terug te betalen, die alleen maar het totaal van de hoofdsom bevat. Het is duidelijk onmogelijk voor iedereen om de hoofdsom plus rente terug te betalen, omdat het simpelweg niet bestaat.

Het probleem is dat voor lange termijn leningen, zoals hypotheken en overheidsschulden, het totale rente bedrag de hoofdsom overschrijdt. Dus de economie kan alleen maar functioneren als er extra geld wordt gecreëerd om rente te betalen.

Elke keer moet er meer en meer nieuw schuldgeld worden gecreëerd om in de huidige vraag van geld te voorzien en daarmee de oude schulden te betalen. Uiteraard maakt dit de totale hoeveelheid schuld alleen maar groter, en dat betekent meer en meer rentebetalingen, met als gevolg een voortdurend groter wordende spiraal van de hoeveelheid geld.

Wanneer de geldhoeveelheid groter wordt, wordt geld ook steeds minder waard tenzij de hoeveelheid productie en handel in de echte wereld met dezelfde hoeveelheid toeneemt. Dit is niet reëel. De wereld kan simpelweg niet elk jaar meer en meer produceren. Grondstoffen raken op en het milieu raakt in zware onbalans. We kunnen simpelweg niet voortbouwen op een economisch systeem dat in het fundament niet stabiel is.

Dilemma 2: Armen worden armer en rijken worden rijker
Het tweede probleem van het systeem is dat er een verschuiving plaatsvindt van rijkdom van de armste 80% van de bevolking naar de rijkste 10% van de bevolking door de werking van rente (de overige 10% betaalt en ontvangt ongeveer evenveel rente).

De totale schuld van de overheid, het bedrijfsleven en particulieren is in Nederland 2380 miljard euro. Als we dit omzetten per Nederlander, heeft iedere Nederlander indirect gemiddeld jaarlijks 7125 euro aan rentelasten (bij een rente van 5%). 

Wil je profiteren van het economische stelsel, dan moet je meer dan 7125 euro aan rente weten te vangen over je inkomen. Als dit wordt berekend uitgaande van een positief rentepercentage van 3%, dan is er een eigen vermogen nodig van rond de 240.000 euro, zonder enige eigen schulden uiteraard, om gelijk te spelen met de hoeveelheid rente die je als Nederlander elk jaar indirect betaald.   

Wanneer je boven de 240.000 euro gaat verdienen, profiteer je van de werking van het rentesysteem. De werking van dit mechanisme zorgt momenteel in de VS en Europa voor de systematische afbraak van de middenklasse. Armen worden armer en rijker worden rijker door de werking van rente. 

Conclusie: de huidige vorm van geldcreatie is niet ideaal

Het moderne banksysteem is ongeveer 300 jaar geleden geboren, toen de Bank van Engeland toestemming kreeg om goud-cheques uit te lenen tegen de bescheiden fractionele verhouding van 2:1. Maar dat bescheiden ratio was de spreekwoordelijke voet tussen de deur. Het systeem is tegenwoordig wereldwijd en creëert dagelijks miljarden euro’s uit schuld.

Of we nou linksom of rechtsom gaan, met het huidige moderne banksysteem lopen we vast. De voortdurend economische groeidrang leidt tot minder welzijn, een slechter milieu en een steeds terugkerende economische crisis. Bovendien zorgt rentewerking voor scheefgroei, waarbij een groot deel van de samenleving steeds armer wordt en een groot deel van de rijkdom bij een kleine groep mensen terecht komt. Dat leidt niet alleen tot ethische bezwaren, maar het vormt ook spanningen en maatschappelijke instabiliteit. Zeker in tijden van een financiële crisis.

Wat is de oplossing? Helaas heb ik daar geen antwoord op. Dat is ook het probleem: we hebben nog geen beter systeem uitgevonden. Het creëren van een oplossing zal niet over één nacht ijs gaan. Er is tijd nodig om zo’n grote weeffout te corrigeren. Maar verandering begint bij bewustwording van het probleem en dat is de reden dat ik dit artikel heb geschreven. Mocht je dan nog vragen hebben, dan ben ik te bereiken via het contactformulier. Hieronder nog een leuke video over de basis van de economie. Tot de volgende keer op mijn blog! 😉

Gebruikte bronnen: 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *